Slagingspercentages en gemiddelde eindcijfers
Aan het eind van het laatste schooljaar worden de centrale eindexamens afgenomen. Een combinatie van de resultaten van deze eindexamens en de schoolexamens die door een aantal schooljaren heen worden afgenomen, bepalen of een leerling een diploma haalt.
In de eerste grafiek staan de slagingspercentages van de leerlingen van verschillende onderwijssoorten. Onder 'Gerelateerde grafieken' staan de gemiddelde cijfers voor de centrale examens en de gemiddelde cijfers voor de schoolexamens. Hier staan ook de slagingspercentages naar sociaal-economische positie van leerlingen en de diplomaverdeling naar het opleidingsniveau van ouders.
In de tweede grafiek staat het gemiddelde eindexamencijfer voor het kernvak Nederlands, en onder 'Gerelateerde grafieken' voor de andere kernvakken Engels en Wiskunde.
Slagingspercentage
Per onderwijssoort en totaal
Over de jaren heen wordt het hoogste slagingspercentage gehaald in het vmbo, gevolgd door vwo en havo. In coronajaar 2020 zijn hogere slagingspercentages gehaald. In 2021 en 2022 daalt het slagingspercentage weer enigszins, maar nog niet tot het niveau van voor 2020. 2023 is het eerste jaar waarin leerlingen hun eindexamens deden, zonder de corona maatregelen. De gevolgen hiervan zijn zichtbaar in een dip in het slagingspercentage van 2023. In 2024 lijken de slagingspercentages weer op het niveau voor corona (2019) te zijn.
Gemiddeld cijfer voor het centraal examen
Per schooltype
In 2020 zijn er in verband met corona geen centraal examens afgelegd. Na corona (2021-2022) zijn de gemiddelde centrale eindexamencijfers binnen alle onderwijssoorten lager dan voor corona (2019). In 2024 zijn de gemiddelde centrale eindexamencijfers voor vmbo-g en vmbo-t op het zelfde niveau als voor corona. De onderwijssoorten vmbo-k, havo en vwo zijn zelfs gestegen naar een niveau boven dat van 2019, alleen vmbo-b is nog steeds onder het niveau van voor corona.
Gemiddeld cijfer schoolexamen
Per schooltype
In coronajaar 2020 zijn de gemiddelde cijfers voor het schoolexamen gestegen. In de jaren na corona (2021-2023) is het gemiddelde cijfer gedaald naar een lager niveau dan voor de coronapandemie. In 2024 is in vergelijking met 2023 het gemiddelde cijfer voor het schoolexamen gestegen behalve voor vwo waar het cijfer stabiel is gebleven.
Slagingspercentage naar opleidingsniveau ouders
2021/2022
Bij vmbo-b/k/g is het verschil in slagingspercentage tussen leerlingen met hoogopgeleide ouders en laagopgeleide ouders hooguit 1%-punt. Bij de hogere onderwijssoorten is echter duidelijk te zien dat hoe hoger het opleidingsniveau van de ouders is, des te hoger het slagingspercentage is. Bij vmbo-t is dit verschil 4%-punt. Bij havo en vwo is dit verschil respectievelijk 9%-punt en 10%-punt.
| | Vmbo-b | Vmbo-k | Vmbo-g | Vmbo-t | Havo | Vwo | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Max. mbo-entreeopleiding | 99 | 99 | 95 | 93 | 84 | 84 | 93 |
| Mbo2-4, havo, vwo | 99 | 99 | 97 | 95 | 89 | 90 | 95 |
| Hbo- of wo-bachelor | 99 | 99 | 98 | 97 | 92 | 93 | 94 |
| Hbo- of wo-master, doctor | 100 | 99 | 99 | 97 | 93 | 94 | 95 |
| Totaal | 99 | 99 | 97 | 96 | 91 | 93 | 94 |
Figuur: Slagingspercentage naar hoogste opleidingsniveau van de ouders.
Peildatum: Schooljaar 2021/2022.
Bron: CBS.
Populatie: Examenkandidaten in het voortgezet onderwijs in het bekostigd onderwijs.
Definitie: Bij het opleidingsniveau van de ouders wordt het hoogst behaalde opleidingsniveau van de vader en moeder vergeleken en indien beide bekend zijn wordt het hoogste niveau meegenomen. Indien het opleidingsniveau van slechts één van beide ouders bekend is, is dat opleidingsniveau gebruikt. In sommige gevallen is dit een onderschatting van het hoogste opleidingsniveau van beide ouders. De belangrijkste reden om dit opleidingsniveau toch te gebruiken is dat er dan meer waarnemingen kunnen worden gebruikt, waardoor de betrouwbaarheid van de cijfers hoger is. Het gevolg van deze keuze is dat de omvang van de groep kinderen met laag opgeleide ouders enigszins wordt overschat en de omvang van de groep kinderen met hoog opgeleide ouders enigszins wordt onderschat. Daarnaast kunnen eventuele verschillen tussen kinderen met laag- en met hoog opgeleide ouders enigszins worden onderschat. Het opleidingsniveau van personen in de diverse registraties (zoals het Basisregister Onderwijs (BRON) en bestanden met opleidingsgeschiedenissen zoals opgegeven door werkzoekenden bij het UWV WERKbedrijf) en de Enquête Beroepsbevolking (EBB), en dus ook van ouders, is niet integraal bekend. Daarom zijn gegevens van personen waarvan de opleiding wel bekend is, voorzien van een gewicht. Wegens selectiviteit van het bekend zijn van de hoogste behaalde opleiding is het toepassen van weging noodzakelijk om tot een representatieve verdeling van hoogst behaald opleidingsniveau te komen.
Voor de populatie in 2021/2022 geldt dat voor 83,9% van de kinderen het opleidingsniveau van ten minste één ouder bekend is.
Doordat er gewichten zijn gebruikt om de cijfers op te hogen en te wegen naar de populaties van dit onderzoek, is er sprake van marges op de cijfers. Voor elk cijfer is de relatieve marge bepaald. Hiervoor is eerst de standaardfout bepaald. Daarmee is vervolgens het 95%-betrouwbaarheidsinterval bepaald onder de aanname dat het interval symmetrisch is (wat in de praktijk niet altijd het geval zal zijn). Vervolgens is bepaald wat de afstand is van de grenzen van het interval t.o.v. het geschatte percentage. Als maximale toegestane relatieve marge is vervolgens 10% gehanteerd; cijfers met een grotere marge zijn vervangen door een punt, evenals cijfers waarvoor de marge niet kon worden bepaald omdat er geen EBB-waarnemingen in de betreffende groep voorkwamen.
De cijfers zijn onderdrukt (met een punt) als de relatieve marge groter is dan 10%.
Publicatiedatum: 19 december 2023.
Beschikbaarheidsdatum: Jaarlijks in het vierde kwartaal.
Slagingspercentage naar huishoudensinkomen
2021/2022
Het slagingspercentage bij havo en vwo verschilt 6%-punt tussen leerlingen uit huishoudens met een hoog inkomen en leerlingen uit huishoudens met een laag inkomen. Bij het vmbo liggen de slagingspercentages van de verschillende inkomensgroepen veel dichter bij elkaar.
| | Vmbo-b | Vmbo-k | Vmbo-g | Vmbo-t | Havo | Vwo | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Laagste tertiel | 99 | 99 | 95 | 94 | 86 | 88 | 93 |
| Middelste tertiel | 99 | 99 | 98 | 96 | 90 | 92 | 95 |
| Hoogste tertiel | 99 | 99 | 97 | 97 | 92 | 94 | 95 |
| Totaal | 99 | 99 | 97 | 96 | 91 | 93 | 94 |
Figuur: Slagingspercentage naar huishoudensinkomen.
Peildatum: Schooljaar 2021/2022.
Bron: CBS.
Populatie: Examenkandidaten in het voortgezet onderwijs in het bekostigd onderwijs.
Definitie: Het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen. Deze correctie vindt plaats met behulp van zogenoemde equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van een huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Bij de tabellen is een indeling in tertielen gemaakt. Deze indeling is gebaseerd op alle huishoudens in Nederland met een inkomen. Al deze huishoudens zijn ingedeeld in 3 even grote groepen. Gekeken is tot welke van deze 3 groepen het huishouden van de leerling hoort. Voor de populatie geldt dat voor 99% van de kinderen het huishoudensinkomen bekend is.
Publicatiedatum: 19 december 2023.
Beschikbaarheidsdatum: Jaarlijks in het vierde kwartaal.
Verdeling van geslaagden naar opleidingsniveau ouders
2021/2022
Kinderen van hoogopgeleide ouders halen in het algemeen vaker een diploma van een hoger niveau (havo of vwo) dan kinderen van laagopgeleide ouders. Van de geslaagden met de hoogst opgeleide ouders haalde 77% een havo- of vwo-diploma. Bij de geslaagden met de laagst opgeleide ouders was dit 53%-punt lager, namelijk 24%. Van de geslaagden met ouders met het laagste opleidingsniveau haalde 46% een diploma in de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo (vmbo-b of vmbo-k).
| | Vmbo-b | Vmbo-k | Vmbo-g | Vmbo-t | Havo | Vwo |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Max. mbo-entreeopleiding | 21 | 25 | 4 | 26 | 17 | 7 |
| Mbo2-4, havo, vwo | 12 | 21 | 6 | 28 | 23 | 10 |
| Hbo- of wo-bachelor | 4 | 11 | 4 | 25 | 33 | 24 |
| Hbo- of wo-master, doctor | . | . | 2 | 15 | 32 | 45 |
| Totaal | 8 | 15 | 4 | 24 | 27 | 21 |
Figuur: Verdeling van geslaagden naar hoogste opleidingsniveau van de ouders.
Peildatum: Schooljaar 2021/2022.
Bron: CBS.
Populatie: Geslaagden in het voortgezet onderwijs in het bekostigd onderwijs.
Definitie: Bij het opleidingsniveau van de ouders wordt het hoogst behaalde opleidingsniveau van de vader en moeder vergeleken en indien beide bekend zijn wordt het hoogste niveau meegenomen. Indien het opleidingsniveau van slechts één van beide ouders bekend is, is dat opleidingsniveau gebruikt. In sommige gevallen is dit een onderschatting van het hoogste opleidingsniveau van beide ouders. De belangrijkste reden om dit opleidingsniveau toch te gebruiken is dat er dan meer waarnemingen kunnen worden gebruikt, waardoor de betrouwbaarheid van de cijfers hoger is. Het gevolg van deze keuze is dat de omvang van de groep kinderen met laag opgeleide ouders enigszins wordt overschat en de omvang van de groep kinderen met hoog opgeleide ouders enigszins wordt onderschat. Daarnaast kunnen eventuele verschillen tussen kinderen met laag- en met hoog opgeleide ouders enigszins worden onderschat. Het opleidingsniveau van personen in de diverse registraties (zoals het Basisregister Onderwijs (BRON) en bestanden met opleidingsgeschiedenissen zoals opgegeven door werkzoekenden bij het UWV WERKbedrijf) en de Enquête Beroepsbevolking (EBB), en dus ook van ouders, is niet integraal bekend. Daarom zijn gegevens van personen waarvan de opleiding wel bekend is, voorzien van een gewicht. Wegens selectiviteit van het bekend zijn van de hoogste behaalde opleiding is het toepassen van weging noodzakelijk om tot een representatieve verdeling van hoogst behaald opleidingsniveau te komen.
Voor de populatie in schooljaar 2021/2022 geldt dat voor 83,9% van de kinderen het opleidingsniveau van ten minste één ouder bekend is.
Doordat er gewichten zijn gebruikt om de cijfers op te hogen en te wegen naar de populaties van dit onderzoek, is er sprake van marges op de cijfers. Voor elk cijfer is de relatieve marge bepaald. Hiervoor is eerst de standaardfout bepaald. Daarmee is vervolgens het 95%-betrouwbaarheidsinterval bepaald onder de aanname dat het interval symmetrisch is (wat in de praktijk niet altijd het geval zal zijn). Vervolgens is bepaald wat de afstand is van de grenzen van het interval t.o.v. het geschatte percentage. Als maximale toegestane relatieve marge is vervolgens 10% gehanteerd; cijfers met een grotere marge zijn vervangen door een punt, evenals cijfers waarvoor de marge niet kon worden bepaald omdat er geen EBB-waarnemingen in de betreffende groep voorkwamen.
De cijfers zijn onderdrukt (met een punt) als de relatieve marge groter is dan 10%.
Publicatiedatum: 19 december 2023.
Beschikbaarheidsdatum: Jaarlijks in het vierde kwartaal.
Gemiddeld eindexamencijfer Nederlands, per onderwijssoort
In coronajaar 2020 zijn de gemiddelde eindexamencijfers voor het vak Nederlands gestegen, behalve bij vmbo-b. In 2023 zijn de gemiddelde cijfers voor Nederlands weer terug gedaald naar ongeveer het niveau voor de coronacrisis met uitzondering van vmbo-b waarvan de gemiddelde eindexamencijfers zijn terug gestegen naar het niveau in de jaren voor de pandemie. In 2024 lijken de examencijfers voor het vak Nederlands stabiel te blijven, alleen bij havo is er groei te zien.
Gemiddeld eindexamencijfer Engels, per onderwijssoort
In 2024 is het gemiddelde cijfer voor Engels voor alle onderwijssoorten behalve vwo hoger dan in het coronajaar 2020. Bij vmbo-g, vmbo-t en vwo is in vergelijking met 2023 een lichte daling te zien terwijl het gemiddelde cijfer voor Engels bij vmbo-b, vmbo-k en havo juist stijgt.
Gemiddeld eindexamencijfer Wiskunde, per onderwijssoort
In de afgelopen jaren daalt over het algemeen het gemiddelde eindexamencijfer voor het vak wiskunde. In 2023 is het gemiddelde cijfer voor het eerst weer gestegen en die stijging lijkt door te zetten in 2024.